Atilla, uw oplossing tegen perenbladvlo en zwarte peren

Atilla is een insecticide op basis van 85% kaliumbicarbonaat, speciaal geformuleerd voor een efficiënte werking tegen perenbladvlo (Psylla) in de perenteelt.

Uw voordeel

  • Werkt op verschillende stadia:
    • Minder ei-afleg
    • Doodt de larven
    • Vermindert honing- en roetdauw
  • Veilig voor nuttigen
  • Geen residu

Hoe toepassen?

  • Als aanvulling bij klassieke middelen
  • Bij lage druk starten, beginnen vóór nieuwe ei-afleg in de zomer
  • In blokbehandelingen 3 tot 4 keer 5 kg/ha, wekelijks bij droog weer
  • Bij snelle ontwikkeling na 5 dagen terugkomen

Praktische informatie

Inhoud presentatie Atilla:

  • Informatie over perenbladvlo
  • Positionering Atilla
  • Werking Atilla met blokbehandelingen
  • Formulering Atilla
  • Praktische richtlijnen toepassing Atilla
  • Proefresultaten Atilla
  • Aandachtspunten Atilla

Praktische aanbevelingen voor Atilla op peer:

  • Positionering in de zomer en na de pluk
  • Starten bij lage druk
  • Blokbehandeling van 3-4 bespuitingen per generatie
  • Spuitinterval ca. 1 week, afhankelijk van de weersomstandigheden
  • 5,0 kg/ha boomgaard, max. 9 toepassingen per jaar
  • Mag met courante spuitvolumes van 250-300 l/ha
  • Goed oplosbaar door speciale formulering
  • Geen residu, dus inzetbaar tot vlak voor de pluk
  • Mag met contactfungiciden gemengd worden. Contacteer ons of uw handelaar voor andere mengpartners 

Wat bij hoge druk en weinig nuttigen?
Atilla als partner van klassieke middelen.

Atilla werkt op verschillende stadia en zal hierdoor de druk na de behandeling laag houden. Atilla is een contactmiddel en zal bij hoege druk door de honingdauw onvoldoende de perenbladvlo kunnen onderdrukken. Klassieke middelen kunnen dit wel, maar zeker bij heterogene populaties zoals die in de zomer voorkomen, is de werking van de klassieke middelen ook onvoldoende. De combinatie van beide methodes kan hier een oplossing bieden.

1. Toepassingstijdstip

Het optimale toepassingstijdstip van Atilla is op de 2de generatie (in de zomer) en na de pluk. We raden af Atilla vroeger op het seizoen in te zetten! Atilla heeft een contactwerking. Daarom is het beter om ermee te behandelen wanneer de gewasontwikkeling traag is of stilstaat. In tegenstelling tot systemische middelen gaat Atilla niet werken op larven met al een dikke honingdauw druppel rond zich. Alhoewel Atilla geformuleerd is om ook bij lichte honingdauw een effect te hebben, kan dit niet bij sterke druk. Atilla moet dan ook gezien worden als een aanvulling van de klassieke middelen en ingezet worden als de druk nog niet groot is. Ideaal wordt Atilla een eerste keer ingezet als er volwassen insecten aanwezig zijn. Atilla heeft een repellent effect op volwassenen en gaat op die manier de druk al van in het begin van de generatie lager houden.

2. Blokbehandeling

Omdat Atilla enkel die larven afdoodt die het raakt, is het belangrijk om dit middel in blokbehandelingen toe te passen. Op die manier gaat men een groter aantal vlooien afdoden. Een blokbehandeling heeft het bijkomend voordeel dat Atilla ook ideaal is om bij een heterogene ontwikkeling van de populatie toe te passen. In situaties dat verschillende stadia tegelijkertijd voorkomen is Atilla een perfect middel. Atilla mag 9 keer per jaar ingezet worden. Het beste resultaat wordt bekomen bij een blokbehandeling van 3-4 bespuitingen per generatie van de perenbladvlo. Een normaal spuitinterval is ca. één week, dit dient in geval van een snelle ontwikkeling van de plaag verkort te worden tot ca. 5 dagen.

3. Dosis

In België is Atilla erkend aan 4.7 kg/ha loofwand (7 kg/ha). Bij een blokbehandeling onder goede omstandigheden zal een dosis van 3.3 kg/ha loofwand of 5 kg/ha bodem per behandeling voldoende zijn.

4. Waterhoeveelheid

De toepassing van Atilla is helemaal verschillend van de bestaande perenbladvlomiddelen. Atilla mag worden toegepast met weinig water. ATILLA kan gespoten worden aan de courante spuitvolumes van 250-300 L/ha. Meer water mag, maar geeft geen betere werking, behalve misschien bij zware plantsystemen. Er mag geen uitvloeier toegevoegd worden, dit gaat zelfs een minder goed resultaat geven. Atilla is al geformuleerd en vraagt geen extra toevoegingen. Spuittechniek is belangrijk. Het product kan enkel werken waar het bedekking geeft.

5. Temperatuur

De werking van Atilla zal beter zijn op een warme dag. Atilla heeft een uitdrogend effect op de larven en dit effect is sterker bij warm weer. Net zoals andere gewasbeschermingsmiddelen wordt Atilla best niet gespoten bij heel warme temperaturen (> 25 °C)! Atilla kan best ’s ochtends of overdag toegepast worden. ’s Avonds mag eventueel, maar geeft zeker geen voordeel.

6. Regenvastheid

Atilla is niet regenvast. Men wacht dus best met een behandeling wanneer er regen voorspeld wordt. Indien men alleen larven wil afdoden en er wordt de volgende dag regen voorspeld, dan is dit geen probleem. Wanneer er veel honingdauw aanwezig is en een onweer spoelt de bomen proper, dan is de volgende goede dag het ideale moment om te behandelen.

7. Oplosbaarheid

Kaliumbicarbonaat is normaal maar matig oplosbaar. Atilla is echter speciaal geformuleerd waardoor het zonder problemen oplost.

8. Tankmengsels

Atilla mag gemengd worden met de meeste gewasbeschermingsmiddelen. De pH van de spuitoplossing (7,5-8,5) mag echter niet gewijzigd worden, want een zure oplossing kan een minder goede oplosbaarheid en bestrijding veroorzaken. Er wordt dan ook afgeraden Atilla te mengen met producten die de spuitoplossing verzuren. Kaliumbicarbonaat zelf is echter een goede buffer, waardoor enkel sterk zure producten de PH zullen doen dalen. Om die reden mag Atilla niet gemengd worden met Aliette, calciumbladvoedingen (behalve Caltrac en Ca-EDTA) en monokalifosfaat. Contacteer uw handelaar voor meer informatie over mogelijke mengpartners.

Behandelingsschema

Algemene informatie

Werkingswijze

De werkzame stof in Atilla is kaliumbicarbonaat (KHCO3, 85 %), beter bekend als bakpoeder. Atilla zelf werd echter specifiek geformuleerd voor een betere oplosbaarheid en een efficiëntere werking tegen perenbladvlo. Atilla beïnvloedt verschillende stadia in de levenscyclus van perenbladvlo. Vooreerst heeft het een repellent effect, waardoor de adulten minder geneigd zullen zijn hun eitjes op de behandelde bomen af te leggen. Daarnaast heeft Atilla een belangrijk afdodend effect op de eerste larvale stadia van perenbladvlo, waardoor de aanwezige populatie zal teruggedrongen worden. Tenslotte reduceert Atilla de honingdauw en werd in veldproeven een afname van het aandeel zwarte peren vastgesteld. Om een optimaal resultaat te verkrijgen is het uitermate belangrijk dat gewerkt wordt met blokbehandelingen van 4 bespuitingen. De werking van Atilla mag dus zeker niet beoordeeld worden na 1 bespuiting. Kaliumbicarbonaat is een actieve stof waarvoor geen resistentie bekend is en waarvoor geen maximum residulimiet (MRL) vastgesteld is. Atilla heeft ook geen onaanvaardbare effecten op roofwantsen (Anthocoridae zoals Orius laevigatus) en roofmijt (Typhlodromus pyri) en daardoor is het product geschikt in de geïntegreerde spuitschema’s in peer.

Gebruik

In het voorjaar, wanneer de larven van de perenbladvlo moeilijk te raken zijn en er nog maar weinig nuttigen aanwezig zijn, blijven de klassieke middelen de beste keuze. Gedurende de zomermaanden en na de pluk echter vormt Atilla de perfecte aanvulling in het bestrijdingsplan, waarbij het uitvoeren van een blokbehandeling van 4 bespuitingen de beste strategie blijkt. Atilla is een contactmiddel, wat betekent dat voor het afdodend effect rechtstreeks contact nodig is met de op de boom aanwezige larven. Vandaar dat het toepassen ervan in het voorjaar weinig zinvol is, aangezien de larven op dat moment meestal verscholen zitten in de nog opgerolde bladeren. Daarnaast komen de verschillende stadia van de perenbladvlo in de zomer en na de pluk korter na elkaar dan in het voorjaar, waardoor de diverse werking van Atilla in deze periode beter zal renderen. Hierbij heeft Atilla het voordeel dat het veilig is voor de natuurlijke vijanden van perenbladvlo. Op deze manier werken Atilla en de nuttigen samen om de perenbladvlo-populatie op een duurzame manier onder controle te houden. Het is ook in de zomerperiode dat zwarte peren zeker vermeden moeten worden. Bovendien laat Atilla geen residu achter op de vruchten, zodat het zonder probleem in de periode voor de pluk kan toegepast worden. Door zijn samenstelling fungeert het ook als kaliumbladvoeding, waardoor het kaliumgehalte in de vruchten toeneemt en de uiteindelijke vruchtkwaliteit beter is. De strategie achter het werkingsprocedé van Atilla is uniek. In tegenstelling tot middelen tegen perenbladvlo die een volledige afdoding van het plaaginsect nastreven, wordt bij Atilla een reductie van de populatie van ongeveer 80 % beoogd. Op deze manier blijft er voldoende voedsel aanwezig voor de natuurlijke vijanden van de perenbladvlo, waardoor ze in de boomgaard blijven en niet elders op zoek moeten naar voedsel. Wanneer dus gestart wordt met behandelen bij een lage druk, zal de populatieopbouw van de nuttigen mee ondersteund worden, waardoor ze samen met Atilla de perenbladvlo-populatie onder de schadedrempel kunnen houden.

Beschikbare formuleringen

Globachem kan u de volgende formuleringen aanbieden, gebaseerd op het actieve ingrediënt  kaliumbicarbonaat (KHCO3):

  • Kaliumbicarbonaat 85 SP (kaliumbicarbonaat 85% w/w) - oplosbaar poeder
    Commerciële naam: ATILLA

Gebruiksaanwijzing

Op dit moment is ATILLA erkend in België en in Nederland.

De gebruiksaanwijzing volgens het officiële etiket:

  • België: ATILLA (85% kaliumbicarbonaat) – in het Nederlands en Frans
    • Gebruik bij peren
  • Nederland: ATILLA (85% kaliumbicarbonaat) – in het Nederlands
    • Gebruik bij peren
  • Verenigd Koninkrijk: ATILLA (85% kaliumbicarbonaat) – in het Engels
    • Gebruik bij peren

Veelgestelde vragen