Atilla na klassieke middelen

donderdag 22 mei 2014

In het algemeen adviseren wij Atilla pas na het afsluiten van de groei. De reden hiervoor is tweeledig:

  • Atilla is een contactmiddel en moet de aanwezige larven dus kunnen raken. In het voorjaar zitten de larven echter vaak nog verscholen in de ontluikende bladeren.
  • Atilla zorgt er voor dat er minder nieuwe ei-afleg is. Op delen die nog bijgroeien na de behandeling is er echter geen bescherming.

Dit jaar kan het toch opportuun zijn om reeds in het huidige stadium Atilla toe te passen. Volgend op een geslaagde behandeling met een klassiek middel, helpt Atilla de druk laag te houden, terwijl de nuttigenpopulatie zich verder kan opbouwen.

  • Momenteel komen volop volwassenen voor, Atilla zal hun ei-afleg verminderen.
  • De larven zijn vooral terug te vinden op het meerjarig hout. Daarom is het op bomen met veel hout raadzaam het spuitvolume te verhogen tot 500 L/ha.
  • Op percelen met beginnende honingdauwproductie zal Atilla deze honingdauw helpen opdrogen.
Ons advies: Op percelen met lage perenbladvlodruk een blokbehandeling van 3 tot 4 maal Atilla (5 kg/ha) met een interval van ± 7 dagen

 

  • Op percelen met zeer veel eieren en/of larven, nu eerst met klassieke middelen de druk verlagen alvorens met Atilla te starten.
  • Atilla is niet regenvast en heeft een uitdrogend effect op de jonge larven. Daarom best behandelen aan het begin van een aantal dagen met droog, zonnig weer.
  • Atilla mag maximaal 9 maal per jaar ingezet worden.

 

Atilla: erkenningsnummer 10003P/B, bevat 850 g/kg kaliumwaterstofcarbonaat

Gebruik gewasbeschermingsmiddelen veilig. Lees vóór gebruik eerst het etiket en de productinformatie.

Overige nieuwsberichten